DE SPOORWEGEN VERBINDEN MENSEN

ACOD Spoor zet de puntjes op de "i"

ACOD Spoor kan zich niet vinden in de berichtgeving over het verlof van het
personeel van de spoorwegen. Naar aanleiding van het natrappen van de
heer Descheemaecker menen sommige journalisten blijkbaar de verloven nog
even aan de kaak te moeten stellen. ACOD Spoor zet de puntjes op de ‘i’.

Laat ons duidelijk zijn: een statutair spoorwegwerknemer heeft 24 dagen verlof.
Hierbij komen – zoals in de privé – nog enkele extra dagen om feestdagen die op
een zondag vallen te compenseren – zo’n 2 tot 4 dagen, afhankelijk van het jaar.
Wetende dat bij de NMBS een zesdaagse werkweek geldt, kan iedere statutaire
spoorwegwerknemer vier weken verlof nemen.

De andere dagen – de 13 dagen compensatieverlof – zijn afkomstig van de 38-
urige werkweek. De spoorwegwerknemer kan deze niet zelf kiezen; ze worden
ingepland binnen de vier weken na het ‘ontvangen’. Het gaat hier om het
opnemen van te veel gewerkte uren.
Een tweede reeks van compensatieverlofdagen (ook op basis van te veel
gewerkte uren) is afkomstig van de 36-urige werkweek en deze kunnen wel
gevraagd worden als verlof. Ze zijn overdraagbaar, met een maximum van 35
dagen naar het volgende jaar.
Op deze manier vermijdt de NMBS-groep het uitbetalen van overuren met een
verhoogd percentage. Het betekent dus een flinke besparing.

Door een structureel personeelstekort, kampt het personeel van de
uitvoerende diensten (die de treinen laten rijden) met een achterstand van
gemiddeld 75 dagen. Deze mensen werken geregeld 7 dagen op 7. Het respect
in de berichtgeving over het verlof bij de spoorwegen is dus ver te zoeken; de
perversie is er des te meer. ACOD Spoor stelt voor dat de heer Descheemaecker
de hand in eigen boezem steekt en nog eens nakijkt hoeveel verlof hij wel
opgenomen heeft.

 


Jean Pierre Goossens
voorzitter Vlaamse ACOD Spoor