Contactformulier Leden

Belgische spoorwegen - Deze regering is zelf een minimale dienst


ACOD
Spoor moest via de pers vernemen dat er een wetsvoorstel op tafel ligt voor een minimale dienstverlening bij het spoor – of een ‘gegarandeerde dienstverlening’, zoals de regering het liever noemt. Hoffelijkheid en respect voor het sociaal overleg is duidelijk geen beleefdheidsbeginsel voor deze regering.

ACOD Spoor is bijzonder ontstemd over de manier waarop de communicatie gevoerd werd. Minister Bellot kwam immers daags voor de aankondiging nog hoogstpersoonlijk op de Nationale Paritaire Commissie – het hoogste sociaal overlegorgaan binnen de Belgische Spoorwegen – zijn waardering uiten over onze constructieve medewerking met betrekking tot de sociale verkiezingen. Hij repte toen met geen woord over de minimale dienstverlening.

Sociaal overleg geëist

We verwachten dat we vanaf nu via het sociaal overleg op de hoogte worden gebracht over de inhoud van het wetsvoorstel dat het kabinet van minister Bellot heeft opgesteld. We zullen dit vervolgens laten onderzoeken door échte spoorwegspecialisten en onze juridische dienst.

Deze regering besteedt blijkbaar meer tijd in minimale dienstverlening dan in maximale dienstverlening. De doelstelling zou moeten zijn dat er een écht sociaal overleg gevoerd wordt met respect voor het personeel én de reizigers, zodat acties vermeden kunnen worden.

Spoorwegveiligheid wordt op een zijspoor gezet om een liberaal symbooldossier op het hoofdspoor te brengen. We kunnen dus niet genoeg benadrukken dat we geen voorstander zijn van een minimale dienstverlening omwille van de veiligheid van de reizigers en het personeel.

Bestaande regeling bij werkonderbrekingen

Ten tijde van de onderhandelingen rond een protocol van sociaal akkoord in 2008 werd een akkoord bereikt over de regeling van de werkonderbrekingen. De regeling die ingeschreven werd in het syndicaal statuut (bundel 548) was dat er minstens tien kalenderdagen vóór een staking een aanzegging diende te gebeuren. Evenwel kon er in zeer uitzonderlijke omstandigheden nog afgeweken worden van deze aanzeggingstermijn. Nadien werden de tien kalenderdagen gewijzigd in acht werkdagen.

Nieuw voorstel van de regering voor werkonderbrekingen

Het principe dat de regering vandaag naar voren schuift, is de 8-4-1-regeling. Ten laatste acht werkdagen voor de staking dient er een stakingsaanzegging ingediend te worden. De personeelsleden die op de (nog op te stellen) lijst staan van de nodige operationele personeelscategorieën, dienen ten laatste vier dagen voor het verlopen van de aanzegging kenbaar te maken of ze al of niet zullen staken. Op basis van het beschikbare personeel zal dan de dag voor de staking aan de reizigers het aangepaste vervoersplan kenbaar gemaakt worden.

Let op: de definitieve keuze kan niet meer worden gewijzigd. De keuze die het personeelslid ten laatste vier dagen voor de staking maakt en werd overgemaakt aan zijn of haar onmiddellijke chef is onomkeerbaar.

Wie wordt hier beter van?

De minimale dienst gaat een vals gevoel van mobiliteit geven aan de reizigers. Onze reizigers gaan geconfronteerd worden met overvolle treinen en perrons. Ook de parkings van de grotere stations gaan ontoegankelijk zijn voor een pak reizigers die geen trein kunnen nemen in een stopplaats. En dan hebben we het nog niet over de veiligheid en het reiscomfort.

Wat als de trein overbezet is? Wie gaat de verantwoordelijkheid nemen om deze te laten vertrekken? Gaan we het gebeuren in Deinze, waar een overvolle trein leidde tot paniekreacties van reizigers, opnieuw aanvaarden? De volksvertegenwoordigers van de regeringspartijen weten hier het antwoord niet op …

Sociale verkiezingen op losse schroeven

Ondertussen kreeg de door deze regering opgestelde wet over de sociale verkiezingen over de volledige lijn een onvoldoende van het Grondwettelijk Hof. Een militant zei het als volgt: een wet goedgekeurd door een parlement vol juristen wordt door het Grondwettelijk Hof volledig afgebroken.

Met het arrest van 18 mei van 2017 heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 12 van de wet van 3 augustus 2016 geschorst. Dit heeft onder meer als gevolg dat ook de aangenomen syndicale organisaties moeten kunnen deelnemen aan de sociale verkiezingen die voorzien zijn in 2018.

De bal ligt dus opnieuw in het kamp van de regering, die nu moet beslissen op welke manier ze dit probleem gaat oplossen op wetgevend vlak. Het statuut en bundel 548 (syndicale betrekkingen) dienen eveneens opnieuw aangepast te worden, wat tijd zal vergen. Hoe moet het nu verder?

Het was reeds een huzarenstuk om in een zeer korte tijdspanne de reglementering aan te passen volgens de wet van 3 augustus 2016. We vragen ons dan ook af of het nog realistisch is om deze eerste sociale verkiezingen bij de Belgische Spoorwegen te laten doorgaan in 2018.

Hoewel we ons als syndicale organisatie steeds constructief opgesteld hebben om de nodige aanpassingen goed te keuren, was onze stelling dat het beter was om de sociale verkiezingen te laten plaatsvinden in 2020, samen met de privésector.

Gebrek aan visie houdt aan

We hebben al meermaals met deze regering meegemaakt dat het haar slechts te doen is om symbooldossiers binnen te halen in plaats van een echt doordacht beleid te voeren. De invoering van een minimale dienst en de sociale verkiezingen bij de spoorwegen zijn er daar twee van. Maar van een rechtse regering viel niets anders te verwachten. Hoe sneller ze de vakbonden kunnen ringeloren, des te beter voor hen en de vakbonden van de werkgevers.

Toch willen we deze bedenking meegeven: vakbonden zijn de enige constante als het gaat over de verdediging van de rechten van werkende mensen en dat zal steeds het geval zijn.

No matter what!

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.,
Algemeen secretaris,
Voorzitter ACOD-SPOOR

DMC Firewall is developed by Dean Marshall Consultancy Ltd