Contactformulier Leden

WERKGROEP “ TREINBEGELEIDINGSPERSONEEL” VAN 5 NOVEMBER 2013

“ De agressie, de onveiligheid en het gevoel van onveiligheid van het boordpersoneel en de
reizigers”.

Naar aanleiding van een vraag van het Nationale Uitvoerende Bureau is op 5 november in
Brussel een nationale werkgroep van het begeleidingspersoneel bijeengekomen.

 

Niet minder dan 50 militanten hebben aan deze werkgroep deelgenomen. De dag is gestart
met een presentatie van mevrouw Isaac van B-MO, met statistieken over de agressie tegen
het begeleidingspersoneel, gevolgd door een uiteenzetting van de heer Carlens van Corporate
Security Service over de strategie en de resultaten van Securail. Tot slot hebben beiden
samen een stand van zaken gegeven over de evolutie van het masterplan “antiagressie”.

Na afloop van deze uiteenzettingen is de traditionele ronde “vragen / antwoorden “ gevolgd
en zijn twee gescheiden werkgroepen samengesteld , de ene meer specifiek over de
verwachtingen van het boordpersoneel ten aanzien van B-MO en de andere over de
verwachtingen van datzelfde boordpersoneel ten aanzien van Securail.

Volgens de twee gastsprekers, die bereidwillig aan deze werkgroepen hebben deelgenomen,
zijn hoogstaande en opbouwende debatten gevoerd.

Al deze werkzaamheden hebben uiteindelijk tot de vaststelling geleid dat het heel moeilijk is
om de agressie tegen het boord- en perronpersoneel zo maar te overwinnen. de debatten
waren dan ook toegespitst op wat zou veranderd kunnen worden en zo zijn verschillende
voorstellen tot stand gekomen, die de treinbegeleiders graag uitgewerkt zouden zien:

De “post-agressie” procedures worden vaak te log bevonden. Om te vermijden dat
personeelsleden, die het slachtoffer van agressie zijn en de procedures niet meer
volgen omdat ze deze te omslachtig vinden, wordt voorgesteld om via ITRIS een
soort van vragenlijst op te stellen, met bijvoorbeeld de volgende punten:
- Wilt u nu of morgen naar CMR gaan?
- Wilt u en urgentiearts raadplegen?
- Hebt u een BUDDY nodig?
- Wenst u klacht in te dienen bij de SPC?
- Wenst u begeleiding om klacht in te dienen?
- Hebt u hulp nodig bij de formaliteiten?
- Hebt u nood aan een psycholoog?
- Maar vooral, wenst u naar huis te gaan om bij uw gezin te zijn en pas morgen alle
formaliteiten afhandelen?

Nog altijd in verband met de procedure wordt gevraagd dat de “postagressie" -
verklaring via ITRIS kan worden opgesteld en dat op dezelfde manier de identiteit
van de eventuele getuigen kan genoteerd worden via de chip van de identiteitskaart
(e.ID).

De BUDDY. Het personeel zou graag geholpen worden door een enkele persoon
(heeft geen zin om meermaals hetzelfde te vertellen); dus een buddy, die
verantwoordelijk is van het begin tot het einde. Deze Buddy zou bij voorkeur een
collega moeten zijn, en niet een instructeur. Al te vaak wordt wel een instructeur
voorgesteld, omdat die zich gemakkelijk kan vrijmaken. Maar aangezien de
instructeur een dubbele pet draagt (de ene dag helpt hij de begeleider en de andere dag
bestraft hij hem), kan zijn aanwijzing slecht opgevat worden door het personeelslid,
dat het slachtoffer van agressie is. Op dat moment zou een collega meer aangewezen
zijn.

De psychologische opvolging. Indien het personeel dit wenst, zou het willen
opgevolgd worden door een psycholoog, die los staat van de NMBS- groep. De angst
om iets te verklaren, dat nadelig zou kunnen zijn voor het verdere verloop van de
loopbaan, ligt aan de grondslag van dit verzoek.

De rol van de coach:
Aangezien bepaalde begeleiders na een agressie niet afwezig willen zijn, zouden ze
kunnen begeleid worden door een coach, die hen zou bijstaan in de dagen na de
agressie. Zo zouden ze in circulatie kunnen blijven. De coach zou een paar treinen
kunnen verzekeren tijdens de dienst, zodat de treinbegeleider klacht kan indienen,
naar CMR kan gaan of zelfs alle formaliteiten kan afhandelen. Dit zou de dienst
minder verstoren en zou de mogelijkheid bieden om in contact te blijven met de
realiteit op het terrein. Maar dit zou geen verplichting mogen zijn; wel een voorstel
naar het personeelslid toe.

Aanwezigheid van de treinbegeleider na een ongeval tijdens de bezinning over de
psychologische gezondheid van het personeelslid, dat met agressie is geconfronteerd,
wordt ook verwezen naar de geestelijke toestand van de betrokken begeleider, die al
te vaak uren op de plaats van het ongeval moet blijven, terwijl alle interventieploegen
(politie, brandweer, toegang net…) aanwezig zijn. Er wordt gevraagd het nodige te
doen opdat het personeelslid in de toekomst zo vlug mogelijk naar zijn standplaats
kan terugkeren.

SECURAIL. Het kader van het veiligheidspersoneel moet absoluut worden aangepast
zodat – in tegenstelling tot wat vandaag gebeurt (vgl. voorgelegde statistieken) - alle
oproepen (100%) voor SOC worden beantwoord - en niet slechts 97% -. Die overige
3% zonder interventiemogelijkheid is grotendeels verantwoordelijk voor het gevoel
bij het boordpersoneel, dat het er alleen voorstaat.

Een aantal andere voorstellen om het aantal gevallen van agressie proberen te
verminderen:

Opleiding conflictbeheer: het is jammer dat door gebrek aan personeel slechts weinig
mensen deze opleiding kunnen volgen. Deze opleiding zou “ een oranje licht” kunnen
worden om commerciële betwistingen in de trein te vermijden.

Bepaalde sensibiliseringscampagnes in de media, de treinen of zelfs in de stations,
zouden het woord “ONAANVAARDBAAR” moeten insluiten. Dit woord zou ook
moeten opgenomen worden in het reglement binnen de NMBS - groep. Agressie -
hoe miniem ook – ten aanzien van het personeel, is onaanvaardbaar.

Erop toezien dat wanneer een personeelslid wordt opgeroepen nadat hij op korte
termijn meermaals het slachtoffer van agressie is geweest, hij zich niet nog eens
“aangevallen” voelt door zijn hiërarchie (opnieuw kaderen, betekent niet
lastigvallen).

Meer personeelsleden aan boord van de treinen : hoewel het aantal reizigers in de
afgelopen 10 jaar met meer dan 50% is gestegen, moeten we vaststellen dat er
verhoudingsgewijs minder treinbegeleiders zijn. Steeds vaker worden de te zeldzame
controlediensten geschrapt om de afwezigheid van een collega op te vangen. We
moeten bekomen dat zowel op een meerderheid van de treinen ’s morgens en ’s
avonds als op de lijnen, die als gevaarlijk bekend staan, 2 treinbegeleiders
worden voorzien en ook effectief aanwezig zijn.

Meer personeel op de perrons: momenteel er zijn te weinig onderstationchefs van
BMO2 op de perrons (voorbeeld: 2 voor de 3 niveaus van Antwerpen), vooral bij een
incident of een ongeval. Bovendien zijn ze niet erg zichtbaar (misschien hun uniform
aanpassen). Zo ontstaat ook in de stations een gevoel van onveiligheid voor de
personeelsleden en de reizigers.

Openingsuren van de loketten: er zouden ruimere openingsuren voor de loketten
moeten zijn, vooral in de kleinere stations, aangezien de aanwezigheid van een lid van
het spoorwegpersoneel in het gebouw, het gevoel van veiligheid vergroot, bij de
reiziger, maar ook bij de treinbegeleider. Op die manier is het station geen verlaten
zone en blijft “ een soort van sociale controle” bestaan.

Toegangspoortjes: alleen reizigers met een geldig vervoerbewijs zouden, via poortjes
(zoals in de metro) toegang tot de perrons mogen krijgen (terug controle op de
toegang tot het perron).

Nieuwe vertrekprocedure: de nieuwe vertrekprocedure zo vlug mogelijk rond krijgen,
want de grijze zone leidt eveneens tot een aantal gevallen van agressie bij het vertrek
van de trein ( onaangename uitspraken, spuwen … of beledigingen).

Op commercieel niveau: van de treinbegeleider wordt een commerciële houding
verwacht en toch moet hij een log reglement toepassen, waardoor hij vaak in een
onduidelijke toestand tussen het reglement en de klanten terechtkomt.

Daarom wordt gevraagd om:
- Het aanbod te vereenvoudigen
- De regels te vereenvoudigen
- Alle zelf in te vullen vervoerbewijzen (PASS, KEY-card,…) af te schaffen
- Via de automaten alleen nog geldige vervoerbewijzen af te leveren en de reizigers
niet de mogelijkheid te bieden om bijvoorbeeld
“Summer deal” of in november een “Christmas deal” te kopen.

BESLUIT.
De werkgroep eist daadwerkelijk concrete maatregelen om de werkomstandigheden van
iedereen proberen te verbeteren en de agressie ten aanzien van het personeel te verminderen.
Deze maatregelen mogen geen voorwendsel zijn om het personeel bijkomend in te krimpen
(automaten). De stations moeten open blijven, met spoorwegpersoneel dat er werkt. In alle
CAT moeten voldoende begeleiders worden voorzien, rekening houdend met het feit dat een
tweede persoon wordt gevraagd in de eerste en de laatste treinen, in de zogenaamde
“moeilijke” treinen en op de risicolijnen. Maar er dienen ook enige veranderingen te worden
doorgevoerd op commercieel vlak.

De werkgroep is zich bewust van het feit dat deze maatregelen de agressie niet volledig
uit de wereld kunnen verbannen, maar dat ze de personeelsleden en de reizigers toch
opnieuw een gevoel van veiligheid kunnen bieden.

Voor de werkgroep van het begeleidingspersoneel,

Ch. MARTIN & R. VERLEYSEN,
Nationale secretarissen.

Our website is protected by DMC Firewall!